Tandheelkunde2018-12-10T16:26:03+01:00

Tandheelkunde

De routinematige controle van het paardengebit is uitermate belangrijk om de paardenmond in goede gezondheid te houden. Afhankelijk van leeftijd en status van het gebit zouden deze controles ieder half jaar tot jaar uitgevoerd moeten worden. De routine controle welke vaak gevolgd wordt door een routine gebitsbehandeling moeten als preventieve zorg gezien worden. Klinische symptomen van een gebitsprobleem worden meestal pas zichtbaar wanneer het paard hier niet meer mee om kan gaan. Op dit moment is het probleem vaak al in een ver gevorderd stadium en wordt behandeling veel lastiger en uitgebreider. Onder een correcte gebitsbehandeling wordt het uitbalanceren van het gebit verstaan. Tijdens de behandeling worden niet afgesleten delen van tanden en kiezen door middel van instrumenten (handvijlen of motorisch aangedreven frezen) weg genomen. Scherpe randen worden afgerond, haken en protuberante (te ver doorgegroeide) elementen worden verkort zodat bewegingsvrijheid van de onderkaak ten opzichte van de bovenkaak zo comfortabel en functioneel mogelijk wordt.Tijdens behandeling is het belangrijk gecontroleerd te werken om alleen daar tandmateriaal weg te nemen waar dit nodig is en te voorkomen dat pulpa’s met daarin bloed en zenuwen worden geopend. Mocht dit gebeuren dan moet zo een pulpaholte behandeld en afgesloten worden om infectie en sterfte van het element te voorkomen. Klinische symptomen van opengelegde pulpa’s worden vaak pas jaren later zichtbaar. Therapie door middel van een uitgebreide pulpa behandeling of  extractie van het element zijn op dat moment vaak de laatste mogelijkheid. Om onderzoek en behandeling op niveau uit te voeren is het bijna altijd noodzakelijk om de patiënt een sedatie te geven. Het paard wordt hierdoor wat suf en de kaakspieren ontspannen zich. Het paard wordt rustig en het hoofd wordt beter stil gehouden zodat behandeling veiliger wordt voor paard en dierenarts. Tevens kan het precisie werk van het uitbalanceren middels een lichte verdoving beter gecontroleerd worden.

Wat scherpe randen kunnen tijdens een behandeling zonder sedatie wel afgerond worden maar het blijft praktisch onmogelijk om op deze manier een goed onderzoek van de mondholte en een volledige gebitsbehandeling uit te voeren. Helaas gaat men er nog vaak van uit dat het uitgevoerde werk zonder sedatie optimaal was. Echter wordt bij veel van deze patiënten jaren later een gebits-gerelateerd probleem (slecht eten, slechte aanleuning) gezien wat veel eerder gecorrigeerd had kunnen worden.

Om een volledige gebitscontrole uit te voeren zijn een aantal basis instrumenten vanzelfsprekend.=”no”Om een volledige gebitscontrole uit te voeren zijn een aantal basis instrumenten vanzelfsprekend.

Allereerst is een mondsperder waarmee de mond wordt geopend door middel van twee plaatjes op de snijtanden (‘full mouth’ speculum) noodzakelijk. Vroeger werd vaak gebruik gemaakt van een spiraal die tussen de kiezen werd gedrukt. Zeker wanneer dit instrument van metaal is wordt bij het gebruik hiervan risico gelopen dat door te veel druk van de kaken op dit instrument een kiesfraktuur veroorzaakt wordt. Met een ‘full mouth’ speculum kan de volledige mondholte bekeken worden en de linker zijde van de mond met de rechter zijde vergeleken worden. Ook een goede lichtbron is belangrijk om de paardenmond uitgebreid te bekijken. Kiezen kunnen naast een visuele inspectie ook met de vingers nagelopen worden maar om beginnende problemen zoals cariës en parodontitis goed in beeld te brengen heeft men goed licht nodig.

Om aandoeningen zoals cariës, parodontitis en open pulpa’s uitgebreider te onderzoeken worden een mondspiegel en sondes in verschillende soorten en maten gebruikt. Door middel van deze materialen kunnen rottende voedsel resten ook uit spleetjes tussen tanden gehaald worden.

In plaats van een mondspiegel wordt tegenwoordig meer en meer gebruik gemaakt van een tandcamera ofwel een scoop. Werken met een camera wordt al langer toegepast bij nader onderzoek van luchtwegen en maag en bij gewrichts -en buikoperaties. Door middel van de orale scoop kan beter mee gekeken worden en kunnen beelden en filmpjes gemaakt worden om een probleem vast te leggen. De tandcamera verbeterd ook de nauwkeurigheid van een gebitscontrole en helpt bij het uitvoeren van operaties zoals kiesextracties en endo-behandelingen.Wanneer tijdens een gebitscontrole een serieus probleem gezien wordt is het vaak verstandig röntgen beelden van het desbetreffende gebied te laten maken. Middels een röntgenbeeld kunnen delen welke zich in de tandkas bevinden en structuren rondom de elementen bekeken en beoordeeld worden. Röntgenfoto’s van het paardenhoofd (kiezen en voorhoofdholtes) vallen onder de lastigste opnames qua techniek en beoordeling.

Bij twijfel over een probleem is het zinvol een CT-scan van het paardenhoofd te maken. Een CT-scan kan tegenwoordig bij het staande paard onder sedatie uitgevoerd worden. Alhoewel het een vrij kostbaar onderzoek is geeft het erg veel informatie over structuren in het paardenhoofd waardoor vervolgens meteen de juiste therapie kan worden ingesteld/uitgevoerd.

Indien een element uit de mondholte verwijderd moet worden wordt allereerst begonnen met een normale orale extractie via de mondholte. Het betreffende element wordt hierbij los gewerkt van omringende structuren zoals de slijmvliezen en de verbindingsbandjes tussen de tand en het alveolaire bot. Zodra het element los genoeg in de tandkas zit kan het door middel van een extractietang verwijderd worden. Fracturen van de klinische kroon van een kies kunnen tijdens een gebitscontrole gezien worden en geadviseerd wordt zo een element nader te laten onderzoeken. Tijdens de orale extractie van een afwijkende, rotte kies kan het ook gebeuren dat de klinische kroon afbreekt. Indien de klinische kroon van een kies afgebroken is wordt een normale orale extractie lastig omdat extractietangen niet meer op de tand geplaatst kunnen worden. Indien het om een afgebroken snijtand gaat kan deze wel middels hevels losgewerkt en verwijderd worden.

Bij afwezigheid van de klinische kroon van een kies moeten andere extractie technieken toegepast worden. Bij een minimaal invasieve buccotomie wordt er een klein sneetje in de wang geplaatst waardoor een ingang (werkkanaal) naar de mondholte wordt gecreëerd. Via dit werkkanaal wordt de kies los gewerkt. Extractie kan vervolgens door het in de kies plaatsen van een lange schroef via het werkkanaal uitgevoerd worden. Indien deze techniek niet werkt kan de kies met een frees in meerdere delen gesegmenteerd worden om deze delen vervolgens één voor één te verwijderen. Een andere benadering is de minimaal invasieve trepanatie en repulsie van de kies. Hierbij wordt er een klein gaatje in de kaak geboord in de richting van de kieswortel. Vervolgens wordt er een dunne Steinman pin op de kies gezet en wordt deze door middel van druk uit de tandkas naar de mondholte gewerkt. Na extractie is het belangrijk de tandkas goed te controleren zodat geen fragmenten achter blijven. De tandkas moet na extractie goed verzorgd worden zodat optimale heling van de veroorzaakte ‘wond’ plaats zal vinden. Welke techniek toegepast wordt hangt van de situatie af maar het doel van een geslaagde kiesextractie is de verwijdering van het hele element met zo min mogelijk schade aan omringende structuren te veroorzaken. Op deze manier wordt de kans op complicaties geminimaliseerd. Bijna alle extracties kunnen tegenwoordig bij het staande paard onder diepe sedatie en met uitverdoving van zenuwen worden uitgevoerd.  

EOTRH staat voor Equine Odontoclastic Tooth Resorption and Hypercementosis. Het is een aandoening van de snijtanden waarbij soms ook de hengstentanden en de eerste kiezen betroffen worden. Het is een ziekte die voornamelijk bij oudere dieren gezien wordt. In vergelijking met andere rassen wordt EOTRH vaker bij IJslanders gediagnostiseerd.

EOTRH is een progressieve aandoening die zich langzaam ontwikkeld. Bijna altijd worden eerst de buitenste snijtanden getroffen waarna ook de andere elementen aangetast worden. Symptomen van de aandoening zijn, ontstoken tandvlees (teruggetrokken, rode kleur, fistelgangetjes), veel tandsteen, losse elementen, verdikking van de wortels van de snijtanden, toename van speekselen en uit de mond stinken. Paarden hebben vaak chronische pijn waardoor hard voedsel zoals droog brood of wortels minder goed door de snijtanden worden doorgebeten. De aandoening wordt gekenmerkt door twee processen die zich in en rondom de snijtanden manifesteren.

Allereerst kunnen elementen van binnenuit door bepaalde cellen (odontoclasten) afgebroken worden waardoor resorptie van tandmateriaal plaats vindt. Tanden worden broos en kunnen zeer gemakkelijk breken. In het andere geval gaan bepaalde cellen (cementoblasten) rondom de wortels enorme hoeveelheden cement produceren. Deze processen kunnen afzonderlijk of in combinatie gezien worden.De precieze oorzaak van deze aandoening is nog niet bekend. Men weet inmiddels wel dat er een auto-immuun factor meespeelt en dat bepaalde bacterie kolonies, de zogenaamde ‘Rood-complex’ bacteriën in toegenomen hoeveelheden aanwezig zijn rondom het tandvlees van betroffen elementen.

Helaas bestaat er geen medicamenteuze behandeling om de aandoening te genezen. Het ziekteproces kan in een vroeg stadium middels ontstekingsremmers, ontstekingsremmende paddenstoelen, antibiotica en het regelmatig reinigen en desinfecteren van de tanden en het tandvlees wel vertraagd worden. Tevens kan middels een snijtand correctie de druk op de snijtanden verminderd worden. Omdat klinische symptomen vaak pas in een laat stadium herkend worden is de enige behandelingsmogelijkheid extractie van de aangetaste elementen. Na verwijdering van de aangedane elementen (dit kunnen een paar of alle snijtanden zijn), leren paarden zeer snel zonder deze tanden eten. Krachtvoer, hooi maar ook gras worden zonder problemen opgenomen. Alvorens de operatie uit te voeren is het wel van belang dat de rest van het gebit goed in balans is omdat overgebleven tanden en kiezen de druk van de verwijderde elementen over moeten nemen. Door het wegnemen van de chronische pijn zijn patiënten na deze ingreep veel levenslustiger wat zich uit in het gedrag van deze dieren.

Parodontose is een aandoening van de steunweefsels rondom de elementen (tandvlees, tandkassen in het kaakbot en de parodontale ligamenten waarmee de elementen in het bot vast zitten). Parodontose wordt veroorzaakt door micro-organismen welke infectie en ontsteking veroorzaken. De aandoening kan in verschillende stadia qua ernst verdeeld worden. Indien de ontsteking niet op tijd behandeld wordt veroorzaakt deze pijn in de mond. Paarden gaan uit hun mond stinken en gaan moeilijker eten. Vaak worden van het hooi of kuil proppen gemaakt welke in de stal te vinden zijn.

Bij paarden wordt parodontose voornamelijk secundair veroorzaakt door afwijkende slijtage van kiezen en door diastasen. Een diastase is een spleetje tussen twee elementen waar voedsel tussen gaat zitten. Aanwezige bacteriën beginnen dit voedsel te fermenteren en er ontstaat een ontstekingsreactie.

Parodontose wordt allereerst behandeld door het gebit goed te balanceren en de diastasen en mogelijk gevormde pockets te behandelen. Geïnfecteerde gebieden worden met dentale picks schoongemaakt en met water gespoeld. Indien nodig worden diastasen open gefreesd zodat voedsel hier niet meer tussen blijft zitten. Na grondig schoon spoelen en desinfecteren kunnen de diastasen ook opgevuld worden. Na behandeling kan de patiënt voor een bepaalde periode antibiotica en ontstekingsremmers krijgen. In extreme gevallen is de parodontitis in een ver gevorderd stadium en is de enige oplossing extractie van het element. Dit is zeker het geval wanneer het element beweeglijk is.

Relatief nieuw binnen de tandheelkunde bij het paard is de profylactische (voorkomende) behandeling van infundibulum necrose ofwel cariës. De kiezen in de bovenkaak van het paard bevatten allemaal twee infundibulae welke gevuld zijn met cement. Cement is het zachtste weefsel binnen een element. Wanneer voedsel en bacteriën in dit cement gedrukt worden kan er door fermentatie processen een klein gaatje ontstaan. In eerste instantie ziet dit er niet dramatisch uit maar wanneer het fermentatie proces door gaat wordt het gaatje groter en wordt er meer voedsel in gedrukt. De bij fermentatie vrijkomende zuren vreten zich een weg in het infundibulum. Het element wordt zwakker en de kans op een kies fractuur tijdens kauwen wordt vergroot. Ook kan de cariës zich uitbreiden richting een van de pulpa-kanalen en vervolgens een kieswortelontsteking veroorzaken.

Om verder verval te voorkomen kan het betreffende infundibulum behandeld worden zoals bij een humane cariës behandeling. Afwijkend weefsel wordt weg gefreesd, het gaatje wordt gedesinfecteerd en opgevuld met vullingsmateriaal. Resultaten van deze behandeling zien er tot dusver goed uit en de aankomende jaren zal deze behandeling dan ook meer en meer toegepast gaan worden. Wanneer een pulpa kanaal geopend is, bijvoorbeeld door trauma of tijdens een te agressieve gebitsbehandeling, is het mogelijk het element te redden door het uitvoeren van een pulpa behandeling.

Afhankelijk van de tijd tussen het ontstaan van de opening en de behandeling wordt hierbij een deel of het gehele pulpa-weefsel uit het element verwijderd. De holte wordt behandeld en vervolgens gesloten zodat voedsel en bacteriën de kans niet krijgen een wortelontsteking te veroorzaken. Indien een pulpa geopend blijft is de kans groot dat het element uiteindelijk geëxtraheerd moet worden. Met betrekking tot open pulpa’s moet het duidelijk zijn dat hoe sneller een goede behandeling wordt ingezet hoe beter. Bij langer wachten wordt behandeling vaak uitgebreider en verkleint de kans op succes. Een geopende pulpa moet dan ook als een spoedgeval gezien worden.

De sinussen of voorhoofdholtes van het paard zijn opgebouwd uit verschillende compartimenten die via twee openingen met de neusholte in verbinding staan. In geval van een sinusontsteking kunnen één of meerdere compartimenten betrokken zijn.

Om meer duidelijkheid te krijgen over de oorzaak van een sinusitis of om de sinus te behandelen kan er een kleine opening door de schedel in een sinus compartiment gemaakt worden. Op deze manier kan er met een camera in de sinus gekeken worden. Afwijkend weefsel kan via de opening verwijderd worden en er kan een katheter aangebracht worden om de sinus een aantal dagen te spoelen of lokaal te behandelen zodat de ontsteking sneller tot rust komt.